Door: Cilla Peters
Sommige zwangerschappen beginnen niet alleen met blijdschap, maar ook met angst, verdriet en heel veel hoop. In &C's nieuwe Oh Baby! vertellen vijf vrouwen over het verlies van een kindje en de weg naar een nieuwe zwangerschap.
Vera Camilla Lucker dacht dat zwanger worden haar moeiteloos zou afgaan. Na een miskraam en een biochemische zwangerschap kreeg dat vertrouwen een flinke deuk. Inmiddels is ze 24 weken zwanger.
Vera (34): ‘Ik heb altijd gezegd dat ik geen kinderen wilde, tot ik een paar jaar geleden ineens die kriebel voelde opkomen. Meteen vond ik dat ook heel spannend. Ik dacht absoluut niet makkelijk over het krijgen van kinderen. Waren Jeff, mijn man, en ik er klaar voor? We dachten van wel. Een paar weken later kon ik mijn ogen niet geloven: een positieve zwangerschapstest. Een oergevoel kwam over me heen: ik ben gewoon een babymachine. Ik voelde me zo zelfverzekerd doordat ik in een keer zwanger was. Ik fantaseerde over hoe ik met mijn baby in de kinderwagen mijn hondje zou uitlaten.
Ik was naïef en voelde geen twijfel over of deze zwangerschap goed zou blijven gaan. Mijn eerste echo had ik met acht weken. Ons kindje werd op zes weken gemeten. Volgens de verloskundige was dat niet per se iets om ons zorgen over te maken. We moesten het gewoon in de gaten houden. Elke echo was ons kindje gegroeid, maar toch werd ik steeds een paar dagen teruggezet. In totaal hadden we een stuk of vier echo’s toen we onze termijnecho hadden met 11 weken en 3 dagen. Jeff en ik hielden elkaars hand vast terwijl we meekeken op het grote scherm. Ons kindje was al in beeld, maar lag heel stil. De echoscopist zocht. En zocht. En zocht. Ze zei niets. ‘Ik zie het hartje niet,’ zei ik toen zelf maar. Dat bevestigde ze. ‘Dit is geen goed nieuws, ga maar even zitten.’ Een dag voor deze echo was ons kindje overleden.
Mijn droom en toekomst vielen in duigen. Ineens moesten we onze ouders vertellen dat ik een miskraam zou krijgen. Het was verschrikkelijk. Ik wilde niet wachten tot mijn lichaam de miskraam op gang zou brengen, ik vond het te zwaar om met een overleden kindje rond te lopen. Met abortusmedicatie wekte ik het op. We vingen het kindje op en begroeven het in de tuin. Ik voelde me verscheurd van verdriet toen ik naar die kleine teentjes en vingertjes keek.
Na een paar maanden waren Jeff en ik eraan toe om opnieuw te proberen zwanger te raken. Bij de tweede poging lukte dat. Meteen fantaseerde ik over wanneer ik uitgerekend was en wanneer ik het zou vertellen aan mijn ouders. Maar twee dagen na de positieve test werd ik ongesteld: een zogenaamde biochemische zwangerschap, een prille zwangerschap die al in een heel vroeg stadium eindigt. Waarom ging het nou weer mis? Is er iets niet goed met mijn lichaam?
In de maanden daarna lukte het maar niet om opnieuw zwanger te worden. Ik was de hele dag bezig met mijn eisprong. Het werd een obsessie. Mijn lijf hield me voor de gek, soms had ik gevoelige tepels en was ik ervan overtuigd dat ik zwanger was. Ik leerde dat ik nergens op kon vertrouwen. Na tien maanden had ik eindelijk weer een positieve test. Dit keer had ik geen in-de-gloria-moment. Oké, er was een tweede streepje. Een goed begin, maar geen garantie op een baby. Jeff bleef herhalen: zolang er geen bloed is, zit het goed. Ik was continu bezig met mijn symptomen, naar de wc gaan was elke keer spannend. Inmiddels ben ik 24 weken zwanger. Elke dag voel ik me een beetje geruster. Ik leer te beseffen dat er helemaal geen reden is om me zorgen te maken. Mijn lichaam is hiervoor gemaakt. Gelukkig lukt het steeds beter om te genieten van het kindje in mijn buik. Elke week is een enorme mijlpaal en groeit mijn vertrouwen een beetje meer.’
Hadassah Koopman had na vijf miskramen en twee buitenbaarmoederlijke zwangerschappen de hoop op een kindje al opgegeven. Maar na een lange weg die zeveneneenhalf jaar duurde, is ze nu 37 weken zwanger.
Hadassah (38): ‘Bijna acht jaar geleden probeerden mijn man en ik om zwanger te worden. De eerste maand was het raak, maar die zwangerschap liep uit op een miskraam. Toen ik kort daarna weer een miskraam kreeg, dacht het ziekenhuis dat we gewoon heel veel pech hadden. Maar ook mijn derde zwangerschap eindigde in een miskraam. We lieten onderzoeken uitvoeren, maar daar kwam niks uit. Ik twijfelde aan dat pechverhaal. Was er niet toch meer aan de hand?
Hoewel ik het doodeng vond om het weer te proberen, was opgeven geen optie: ik had nog steeds een sterke kinderwens. Ik raakte in verwachting en kreeg wéér twee miskramen. Mijn zwangerschap daarna bleek buitenbaarmoederlijk. Mijn eileider stond op knappen en werd operatief verwijderd. Gek genoeg gaf dat me ook hoop: misschien was deze eileider wel de boosdoener van alle miskramen. Nu die weg was, lukte het misschien
wel.
We besloten een pauze te nemen om mijn lichaam rust te geven. Mijn man en ik gingen allebei anders om met de rouw. Hij wilde zichzelf, maar vooral ook mij voor nog een teleurstelling beschermen. Hij twijfelde: wil ik dit nog wel? Ik voelde me daarin soms best eenzaam, want ik wilde het nog wel. Na een jaar besloten we er nog een keer voor te gaan, maar ook mijn zesde zwangerschap was buitenbaarmoederlijk. Gelukkig hoefde mijn laatste eileider niet verwijderd te worden.
Nu was ook ik helemaal klaar met al die ellende steeds. Tot ik goede verhalen las over een kliniek in Duitsland. Er kwam een sprankje hoop terug, maar ook daar vonden ze geen reden voor de miskramen. Ik dacht dat ik er echt vrede mee had dat wij geen kinderen zouden krijgen, hield mezelf voor dat het leven met kinderen ook niet zaligmakend was. Maar ergens sluimerde mijn kinderwens. Ik was er nog niet aan toe om te rouwen. Ik googelde toch nog naar behandelingsmogelijkheden. Diep vanbinnen voelde ik dat ik het nog een kans wilde geven.
Op een middag vloog het me aan. Ik werd bijna 38: het was nu of nooit. Impulsief mailde ik allerlei ziekenhuizen. Eentje mailde snel terug: we mochten langskomen. Als dit niet lukte, konden we het echt afsluiten. Daar werd duidelijk dat mijn enige eileider potdicht zat, waardoor een volgende zwangerschap ook buitenbaarmoederlijk zou zijn. Onze enige mogelijkheid was ivf.
Een maand later mochten we starten, ik had drie goede embryo’s. Het eerste bleef niet plakken, het tweede voelde anders. Iets in mij zei dat dit ging lukken. Ik bleek gelijk te hebben: twee weken na de terugplaatsing had ik een positieve test. Een spannende tijd volgde. Ik was continu bang dat ik op de wc weer bloed zou aantreffen. Met zeven weken had ik de eerste echo. Voor het eerst in al die jaren klopte er een hartje en zat de baby op de goede plek.
Na een goede twintigwekenecho voelde ik meer rust en vertrouwen, durfde ik meer babyspullen aan te schaffen. Voor elk kindje dat er niet mocht komen, kocht ik na het verlies een edelsteen. Ik heb zoveel verdriet gehad om de verloren zwangerschappen, dat ik me voornam om nu vooral te genieten van dit kindje. Daardoor sta ik minder stil bij de lange weg die we hebben afgelegd. We zijn superdankbaar dat het ons gegeven mocht worden. De liefde voor dit kindje overwint al het verdriet. Voor het eerst in al die jaren is het geluk dat overheerst.’
Toen Chhaya Mahabier twintig weken zwanger was, moest ze haar zwangerschap afbreken omdat ze geen vruchtwater meer had. Ongeveer een jaar later raakte ze opnieuw in verwachting. Inmiddels heeft ze een zoon van anderhalf.
Chhaya (31): ‘Ik had al heel lang een kinderwens. Toen mijn vriend en ik zes jaar geleden gingen samenwonen, was dat een mooi moment om te stoppen met de pil. We zouden wel zien wat er zou gebeuren, we hadden geen haast. Het duurde een jaar voor ik zwanger raakte, ik was zo blij toen ik erachter kwam. Ik was heel misselijk, maar de zwangerschap verliep goed. Toen ik zestien weken zwanger was, verloor ik op een ochtend heel veel vocht. De verloskundige stelde me gerust, misschien was het gewoon afscheiding.
Een maand later had ik de twintigwekenecho. Ik had er heel veel zin in, want op deze echo zou het geslacht te zien zijn. Mijn zus had een gender reveal georganiseerd voor de week erop. Terwijl ik onze baby vrolijk op het scherm zag bewegen, zei de verloskundige dat het er niet goed uitzag: ik had geen vruchtwater. Blijkbaar was die ‘afscheiding’ van een maand geleden het moment waarop mijn vliezen braken. Ons kindje leefde nog wel, maar kon niet overleven zonder vruchtwater. We moesten de zwangerschap afbreken.
In plaats van een gender reveal, was ik nu ineens druk bezig met de uitvaart van mijn baby. Een week na de slechte echo werd in het ziekenhuis mijn bevalling opgewekt. Het personeel bereidde me erop voor dat de baby misschien zou overlijden tijdens de bevalling. Na een heftige weeënstorm en twee keer persen, werd Noé Maeve stil geboren. Ik barstte in tranen uit: we hadden een dochter! Mijn vriend knipte de navelstreng door. Een prachtig mooi meisje werd op mijn borst gelegd, ze was helemaal af.
’s Avonds gingen we naar huis zonder Noé Maeve. Mijn lichaam deed pijn van de bevalling, mijn hart door het verlies. Naar huis gaan zonder ons kind voelde zo leeg. Maar ik wilde haar niet meenemen, ik wilde niet te veel herinneringen met haar krijgen. Gelukkig mochten we de volgende dag weer naar haar toe, konden we haar bekijken en kusjes geven. Een week later hebben we haar gecremeerd en uitgestrooid. Ook nu wilde ik haar as niet mee naar huis nemen, ik wilde verder. Dat voelde ergens fijn, op die manier gaven we haar en ons verlies letterlijk een plekje.
Na het overlijden van onze dochter ging ik niet meer aan de pil, we hadden nog steeds een kinderwens. Elf maanden na haar geboorte, kwam ik erachter dat ik opnieuw zwanger was. Mijn vriend was in shock en een beetje bang, maar ook blij. Er is geen reden gevonden voor Noé Maeves vroeggeboorte, we hadden gewoon dikke, vette pech. Daarom was ik niet zo bang dat het weer mis zou gaan. Ik had vertrouwen in mijn lijf, tot ik in week 27 last kreeg van bloedingen. Ter observatie bracht ik heel wat dagen en nachten door in het ziekenhuis, en met 32 weken werd onze zoon Dev Mathieu geboren.
Het is zo’n vrolijk jongetje. Als we naar de supermarkt gaan, heeft-ie altijd sjans met oudere mensen. Hij is nu nog te jong, maar als hij wat ouder is, wil ik hem vertellen dat hij een zus heeft. Ik denk steeds minder aan Noé Maeve. Deels omdat ik daar door Dev Mathieu minder tijd voor heb, deels omdat ik het een plekje heb gegeven. Ik denk liever aan Dev Mathieu dan aan alle pijn uit mijn verleden. Zijn vrolijkheid maakt een hoop verdriet goed.’
De interviews met de andere twee vrouwen lees je nu in &C's Babyspecial.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))