Door: Chantal Janzen
Mensen denken vaak dat als je op televisie bent, je automatisch heel zeker bent over jezelf. Nou, nee hoor. Ik kijk thuis amper in de spiegel.
Voor mijn werk zit ik al urenlang in een make-upstoel naar mezelf te kijken. Als ik wakker word, denk ik vooral: zie ik eruit als een hamster of meer als een marmot vandaag? Dat hangt volledig af van hoe ik heb geslapen. Grappig genoeg ging ik me pas onzeker voelen over mijn uiterlijk toen anderen er iets van vonden. Mijn sproeten vond ik als kind helemaal niet lelijk. Mijn bril ook niet. Totdat ik ineens ‘sproetenkop’ en ‘brillekop’ werd genoemd op school. Dan verandert er iets. Dan bekijk je jezelf ineens door de ogen van anderen. Ik stond vroeger extra vroeg op om dikke lagen concealer over mijn sproeten te smeren. Maar mijn lijf vond ik eigenlijk veel moeilijker. Ik kreeg als eerste in de balletklas borsten en werd ook wat voller. Dat vond ik ingewikkeld. Met mijn gezicht had ik het gevoel dat ik er nog iets aan kon doen: make-up erop en klaar. Maar met mijn lichaam kon dat natuurlijk niet. Gelukkig had ik een moeder die daar heel gezond in stond. Er werd gewoon normaal gegeten en er was geen ruimte voor rare diëten of ongezond gedrag. Daar ben ik achteraf heel blij mee. Ik ben wel tevreden met mezelf, maar ik vind mezelf niet bijzonder mooi of zo. Ik kijk al 47 jaar naar hetzelfde hoofd, dat wordt niet ineens heel speciaal. Daarom vind ik het ook altijd grappig als bijvoorbeeld kinderen zeggen: ‘Wat ben jij knap.’ Dan denk ik: o, wat lief. Maar dat zie ik zelf niet zo. Ik ben ook zeker geen klassieke mascaraloze schoonheid. Op rode lopers vergelijk ik mezelf heus weleens met anderen. Laatst, toen ik voor L’Oréal Paris naar het filmfestival in Cannes mocht bijvoorbeeld. Dan heb ik eerst het gevoel: nou, ik zie er eigenlijk best mooi uit vanavond. Totdat er ineens iemand langsloopt met eindeloze benen en zo’n effortless beauty-uitstraling. Dan denk ik meteen: ja hoor, daar sta ik dan als totaal niet langbenig vrouwtje dat best wat make-up nodig had om er zo glamoureus uit te zien vandaag. Maar ik moet daar dan eerder om lachen, ik lig daar zeker niet wakker van. Ik ben denk ik ook milder geworden voor mezelf naarmate ik ouder werd, al ben ik nooit heel hard geweest. Je snapt steeds beter dat hoe je eruitziet je nergens tegen beschermt. Niet tegen verdriet, niet tegen onzekerheid en ook niet tegen dingen die misgaan in het leven. Dat merkte ik dit jaar ook heel sterk tijdens de opnames van The Voice. In die periode hoorde ik dat de geliefde van een van mijn beste vriendinnen ziek is. We namen meerdere afleveringen in één week op en ik was zo verdrietig. Ik moest alleen maar huilen. Dat zie je gewoon terug op televisie. Op socials kreeg ik berichten van mensen die vroegen: ‘Is Leco er niet? Je ziet er anders uit.’ Ja, Leco is fantastisch, maar hij is geen tovenaar. We deden druppels in mijn ogen om ze minder rood te maken, maar verdriet kun je niet wegdruppelen of -poederen. De laatste keer dat ik mezelf qua werk mooi vond, was dus daar in Cannes. Maar als ik eerlijk ben, blijft mijn favoriete look – naast ‘de vakantielook’: een beetje zongebruind, nat haar laten opdrogen, mascara op en verder helemaal niks – die op de foto’s toen we trouwden en toen ik voor het eerst mijn zonen in mijn armen had. Liefde is je allerallermooiste look.
Deze editorial vind je in &C's nieuwste editie 'Ik zie, ik zie'
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))


