Door: Anna Karolina Caban
Nog nooit heb ik me zo intens opgelaten en opgewonden tegelijk gevoeld. Zitten in zijn auto voelt als een vreemdsoortige intimiteit waar het nog veel te vroeg voor is.
Ik zit voorin, maar daar had ik bij het instappen ook totaal niet over nagedacht. Hij hield de deur open en ik ging zitten. Nu ik voel wat het met me doet, was ik liever achterin gaan zitten. Ik doe mijn lippen ietwat van elkaar om de hete lucht die door mijn longen raast eruit te blazen.
Pas nu we een paar meter verder zijn, begint het te dalen dat ik naast een man zit waar ik vaker dan een keer over heb gedroomd. Niet specifiek hem natuurlijk, maar het type. Ik wist niet eens dat ze echt bestonden. De foto doet hem totaal geen recht aan. Hij is een wandelende energiebron aan mannelijke energie. Natuurlijk heb ik wel vaker knappe mannen gezien, maar hij is van een totaal ander kaliber. Hij lijkt niet van deze wereld.
'Dus je bent alleen?' vraagt hij luchtig, ook al voel ik de beladenheid van de vraag dwarrelen door de kleine ruimte. De woorden die hij uitspreekt zijn gewone woorden, en toch hoor ik alleen maar een magische symfonie. Ik ben niet goed. Wat gebeurt er met me? Dit is ten minste lust op het eerste gezicht.
'Ja, ik ben alleen. Sinds kort. Daarom moet ik zo snel mogelijk zien te verhuizen. Blijven wonen bij mijn ex is echt geen ideale situatie.'
Hij zet de auto stil voor een rood stoplicht en draait zijn prachtige kop mijn kant op. Het feit dat zijn blik nu op mij is gevestigd, doet mijn hart nog harder pompen dan het al deed. Zo meteen knalt het uit mijn borst en vliegt het de lucht in.
'Jullie woonden samen. Aha. En nu is het uit en moet je noodgedwongen als voordeurdelers door het leven. Klinkt bekend.'
Hij lacht een kleine glimlach.
'Ja. Mijn familie woont te ver weg en slapen op de bank bij vrienden is gewoonweg niet de oplossing. We zijn wel oké met elkaar, hoor. Het is de allerliefste man die ik ken. Gelukkig zijn we nog gewoon vrienden.'
Hij schudt met zijn hoofd.
'Nee, dat is niet goed. Geloof me, dat kan de beste exen nog tot grootste vijanden maken. Ik beloof je dat je aan het einde van de maand een woning voor jezelf hebt. Maar we gaan vandaag nog je spullen ophalen.'
Een knipoog volgt.
'Pardon?' vraag ik van mijn à-propos.
Het licht verspringt op groen en hij geeft flink gas. Mijn lijf perst zich tegen de lederen zitting.
'Ik heb een leegstaande etage in mijn pand. Wees maar niet bang, het is puur zakelijk. Ik reken je gewoon huur. Ik zet het vaker in bij dit soort situaties.'
Hij staart naar de weg en ik blijf verbouwereerd naar hem kijken. De woorden die hij zegt, komen niet helemaal aan. Wonen bij hem in het pand? Het idee alleen al om zo dichtbij deze aardse god te leven, klinkt als een heuse uitdaging. Hoe kan het leven er ineens binnen een paar minuten zo anders uitzien? Gisteren nog zat ik met mijn handen in het haar en nu zit ik naast de meest aantrekkelijke man die me een tijdelijke woonruimte aanbiedt. Het zou stoer zijn om nee te zeggen, maar alles schreeuwt om dit spannende nieuwe hoofdstuk in mijn leven.
Even blijf ik dromerig naar buiten staren en zie flarden van de toekomst. Ik zie hem, mij, en vooral veel naakt.
'Denk er maar over na. Kom.'
Verschrikt draai ik me naar hem toe. Blijkbaar zijn we gearriveerd, want hij parkeert de auto en stapt uit. Een statig pand tussen nietsbetekenende, kleinere woningen kijkt ons tegemoet.
'Het is een oud schoolgebouw geweest, maar het is verbouwd tot geweldige studio’s. Gaat u mee?'
Mijn hele lichaam trilt van de zenuwen bij het uitstappen. Ik volg hem en kan mijn ogen niet afhouden van zijn indrukwekkende verschijning. Deze man kan niet anders dan een heuse hartenbreker zijn. En het ergste van alles is dat mijn hart zich gewillig lijkt over te geven.
Wordt vervolgd.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))